Dakplaten monteren op je tuinhuis: stappenplan
Wil je dakplaten monteren op je tuinhuis, blokhut of overkapping? Met dakpanplaten voor schuine daken geef je jouw dak eenvoudig de uitstraling van dakpannen. Er zijn verschillende soorten dakplaten verkrijgbaar, waaronder lichtgewicht Aquapan en metalen Easypan dakpanplaten. In dit stappenplan leggen we uit hoe je dakpanplaten plaatst, met Aquapan als voorbeeld.
Welke dakplaten zijn geschikt voor je tuinhuis?
Voor een tuinhuis met een schuin dak zijn dakpanprofielplaten een praktische keuze. Deze platen hebben de uitstraling van traditionele dakpannen, maar zijn vaak lichter en sneller te plaatsen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor Aquapan of Easypan.
Aquapan dakplaten zijn licht van gewicht en hebben een granulaatafwerking. Easypan dakplaten zijn gemaakt van verzinkt staal en hebben een gladdere afwerking. Beide soorten kun je overlappend monteren, waardoor je ze meestal niet hoeft in te korten.
Bekijk ons assortiment dakpanplaten en Aquapan platen voor je tuinhuis of overkapping.
Wat heb je nodig om dakplaten te monteren?
Zorg voordat je begint dat je alle materialen en gereedschappen bij de hand hebt.
Materialen:
Dakpanprofielplaten, bijvoorbeeld Aquapan
Bijpassende waterdichte dakschroeven met afdichtingsring
Windveren of geschikte dakrandprofielen
Nokvorsten en eventuele nokafsluiters
Geschikte onderlaag, zoals dakleer of dakfolie
Eventueel panlatten en tengellatten, afhankelijk van de dakconstructie
Gereedschap:
Accuboormachine met passende bit
Rolmaat of duimstok
Potlood en slaglijn
Waterpas
Veiligheidshandschoenen
Stevige ladder of steiger
Dakplaten monteren: stap voor stap
Met de onderstaande stappen kun je zelf dakpanplaten op een tuinhuis monteren. We gebruiken Aquapan als voorbeeld. Bij andere soorten dakplaten kunnen de benodigde onderconstructie, overlap en bevestigingspunten verschillen. Volg daarom ook de montagehandleiding van het gekozen product.
Controleer de dakhelling en ondergrond
Controleer eerst of je dak geschikt is voor de gekozen dakplaten. Aquapan en Easypan zijn geschikt voor schuine daken met een minimale dakhelling van 10 graden. Bij andere soorten dakplaten kan deze eis verschillen.
Zorg dat de dakconstructie stevig en vlak is. Controleer ook of het dakbeschot in goede staat is. Beschadigde of verrotte delen moet je vervangen voordat je de dakbedekking aanbrengt.
Meet het dak op
Meet de breedte en de schuine lengte van beide dakvlakken. Met deze afmetingen kun je bepalen hoeveel dakplaten je nodig hebt.
Houd rekening met de overlap tussen de platen. De werkende afmetingen zijn namelijk kleiner dan de totale afmetingen van een dakplaat. Controleer daarom de opgegeven werkende maat van het gekozen product en teken de verdeling vooraf uit.
Breng de onderlaag aan
Een geschikte onderlaag helpt om het dak te beschermen tegen vocht. Bij Aquapan wordt op een nieuwe dakconstructie een bitumineuze onderlaag aanbevolen.
Heb je al dakleer of dakshingles liggen? Dan kan deze bestaande dakbedekking bij Aquapan soms als onderlaag blijven liggen. Controleer wel of de ondergrond nog stevig en geschikt is.
Bij andere dakpanplaten kan een opbouw met dampdoorlatende folie, tengellatten en panlatten nodig zijn. Gebruik de onderlaag die bij jouw dakconstructie en type dakplaat hoort.
Plaats de windveren
Elke windveer is voorzien van een neutraal vlak van max. 7,5 cm. Zo wordt er over de gehele breedte van het dak een neutraal vlak van max. 2 x 7,5 cm (15 cm) gecreëerd, wat overeenkomt met de breedte van 1 dakpan. Hierdoor kunnen de Easy Pan platen proportioneel over het dak verdeeld worden.
Begin met het bevestigen van de windveren aan de zijkanten van het dak. Deze zorgen voor een nette afwerking en helpen voorkomen dat regenwater onder de dakbedekking komt.
Bij Aquapan begin je onderaan het dak. Laat de windveren volgens de montagehandleiding overlappen en bevestig ze met de bijbehorende schroeven. Zorg ervoor dat ze netjes in één lijn liggen.
Teken een richtlijn en verdeel de dakplaten
Teken met een slaglijn een rechte lijn op het dak. Zo kun je de dakplaten netjes uitlijnen.
Bij Aquapan plaats je deze lijn ongeveer 5 cm onder de nok. Daarmee houd je voldoende ruimte over voor de nokvorsten.
Leg vervolgens de dakplaten alvast uit zonder ze definitief vast te schroeven. Controleer of de verdeling goed uitkomt tussen de windveren en pas de overlap aan waar dat nodig is.
Monteer de eerste rij dakplaten
Begin onderaan het dak. Bij Aquapan werk je van links naar rechts en leg je de platen overlappend naast elkaar. De volgende plaat valt daarbij over de daarvoor bestemde aansluiting van de vorige plaat.
Verdeel de eerste rij netjes en bevestig de platen met geschikte waterdichte dakschroeven. Bij Aquapan komen de schroeven in het dal van het dakpanprofiel, ongeveer 2 cm onder de opstaande rand van de pan.
Gebruik de bevestigingspunten uit de handleiding en draai de schroeven niet te strak aan. De afdichtingsring moet goed aansluiten zonder beschadigd te raken.
Voor Aquapan adviseert Gadero ongeveer 9 schroeven per dakplaat.
Werk verder richting de nok
Zodra de eerste rij vastligt, kun je de volgende rij dakplaten plaatsen. Werk steeds van onder naar boven en zorg dat de platen volgens de voorgeschreven overlap over elkaar vallen. Zo kan regenwater naar beneden wegstromen.
Controleer regelmatig of de dakplaten recht liggen. Bij Aquapan kun je de laatste plaat waar nodig verder onder de voorgaande plaat schuiven. Zo kun je de dakbreedte vaak passend maken zonder te knippen.
Laat bij de bovenste rij voldoende ruimte over voor de nokvorsten. Bij Aquapan ligt de bovenrand van deze rij ongeveer 5 cm onder de nok.
Plaats de nokvorsten en werk het dak af
Werk de bovenkant van het dak af met bijpassende nokvorsten. Deze dekken de aansluiting tussen beide dakvlakken af.
Gebruik bij Aquapan ook nokafsluiters aan de uiteinden. Verdeel de nokvorsten gelijkmatig en bevestig ze op de voorgeschreven plekken, waaronder de overlappingen.
Controleer tot slot of alle platen en afwerkprofielen goed vastzitten. Kijk ook of de afdichtingsringen netjes aansluiten en of het regenwater vrij richting de dakgoot kan lopen.
Waar moet je op letten bij het monteren van dakplaten?
Met deze aandachtspunten voorkom je veelgemaakte fouten:
Controleer de dakhelling. Niet elke dakplaat is geschikt voor een dak met weinig afschot.
Houd rekening met overlap. Gebruik de werkende afmetingen om het benodigde aantal platen te bepalen.
Gebruik passende dakschroeven. Kies schroeven met een afdichtingsring die geschikt zijn voor jouw type dakplaat.
Voorkom beschadigingen. Gebruik voor het inkorten van metalen dakplaten een geschikte blik- of knabbelschaar en geen slijptol die de beschermende coating kan beschadigen.
Werk veilig. Gebruik een stabiele ladder of steiger en zorg voor een veilige werkplek op hoogte.
Wil je de montage ook in beeld bekijken? In Gadero TV #180: Aquapan dakplaten leggen laten we zien hoe je de dakplaten en bijbehorende afwerkprofielen plaatst. Bekijk ook onze uitleg over dakpanplaten monteren voor een andere dakconstructie.
Onze bijbehorende producten





